Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens Hoofdstuk
4, de Afdelingen 2 en 4 van de Algemene plaatselijke verordening
1996, zoals deze afdelingen voor het inwerking treden van deze
verordening van toepassing waren, blijven - indien en voorzover
het gebod of het verbod waarop de vergunning of ontheffing
betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover
zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende 1
jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.
Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens Hoofdstuk 4, de
Afdelingen 2 en 4 van de Algemene plaatselijke verordening 1996,
zoals deze afdelingen voor het inwerking treden van deze
verordening van toepassing waren, blijven - indien en voor zover
de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen
zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover
zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende 1
jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op
grond van Hoofdstuk 4, de Afdelingen 2 en 4 van de Algemene
plaatselijke verordening 1996, zoals deze afdelingen voor het
inwerking treden van deze verordening van toepassing waren, is
ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de
overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening
toegepast.
Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel
voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of
na het tijdstip van het in werking treden van deze verordening
is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt
beslist met toepassing van Hoofdstuk 4, de Afdelingen 2 en 4 van
de Algemene plaatselijke verordening 1996 zoals deze afdelingen
voor het inwerking treden van deze verordening van toepassing
waren.
In afwijking van het eerste lid, blijft een vergunning of
ontheffing van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een
aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening
overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste vergunning of
ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor
afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het
bevoegde bestuursorgaan is ingediend.
Gebod- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of
ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet
voorkomend in Hoofdstuk 4, de Afdelingen 2 en 4 van de Algemene
plaatselijke verordening 1996 zoals deze afdelingen voor het
inwerking treden van deze verordening van toepassing was, zijn
niet van toepassing:
gedurende 26 weken na het in werking treden van deze
verordening;
ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene
die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze
termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat
onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.
De intrekking van Hoofdstuk 4, de Afdelingen 2 en 4 van de
Algemene plaatselijke verordening 1996 zoals deze afdelingen
voor het inwerking treden van deze verordening van toepassing
waren, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van
die verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten,
indien en voorzover de rechtsgrond waarop de
aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
ingetrokken.