Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

- Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de uitkering

Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ Asten 2010

1.. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekken van een uitkering, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. 2.. Onverminderd artikel 1.4, eerste lid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld: bij een benadelingbedrag tot € 1.000,-: 20%van de uitkeringsnorm; bij een benadelingbedrag van € 1.000,- tot € 2.000,-: 40% van de uitkeringsnorm; bij een benadelingbedrag van € 2.000,- tot € 4.000,-: 60%van de uitkeringsnorm; bij een benadelingbedrag van € 4.000,- of meer: 100%van de uitkeringsnorm. 3.. De verlaging, zoals bedoeld in dit artikel, vindt, indien men een uitkering ontvangt, direct en volledig plaats conform het bepaalde in artikel 1.8, eerste lid. Indien dit niet mogelijk is, doordat de uitkering inmiddels is beëindigd, dan zal de uitkering over een periode die in het verleden ligt worden herzien. Indien de maatregel niet of niet volledig kan worden opgelegd, wordt het resterende bedrag van de maatregel opgelegd op een eventuele toekomstige uitkering. 4.. In afwijking van artikel 1.8, derde lid, komt de maatregel te vervallen indien de maatregel niet is uitgevoerd binnen een termijn van vijf jaar nadat het besluit tot het opleggen van de maatregel is genomen. Van een maatregel wordt afgezien: zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen; 5.. zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel