Het is de standplaatshouder verboden:
na sluitingstijd van de markt op het marktterrein waren of
goederen te verkopen of te koop aan te bieden;
de opstal op zijn standplaats tijdens de markt af te breken of
te verplaatsen;
zijn goederen of waren vóór sluitingstijd van de markt in te
pakken;
vóór sluitingstijd van de markt met rij- en voertuigen het
marktterrein op te rijden;
de doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein op
enigerlei wijze te verhinderen of te belemmeren;
zich behoudens ontheffing van burgemeester en wethouders aan de
voorzijde van de standplaats op te houden bij het te koop
aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of waren;
op de standplaats andere goederen of waren in voorraad te
hebben, te verkopen of te koop aan te bieden, dan waarvoor hem
de standplaats is toegewezen;
zonder toestemming van burgemeester en wethouders een uitbouw
voor of naast de kramen te hebben, of meer ruimte in te nemen
dan hem is toegewezen;
rij- en voertuigen, waarmee goederen of waren op de markt worden
aangevoerd, achter de kramen of elders op het marktterrein
aanwezig te hebben op een andere plaats dan die, welke door
burgemeester en wethouders is aangegeven;
op de markt afval aan te voeren. Onder afval wordt mede verstaan
waren of goederen of partijen daarvan, die geheel of in
belangrijke mate ongeschikt zijn om te verhandelen;
onreine of ondeugdelijke goederen, waren of voorwerpen, ter
beoordeling door de marktmeester, op de markt aan te voeren.
Deze goederen, waren of voorwerpen dienen na aanwijzing door de
marktmeester onmiddellijk te worden verwijderd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Diverse verboden
Onderdeel van Verordening op de 14-daagse markt te Asten 1999