Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 5

Beperkingen en overige voorschriften

Onderdeel van Verordening speelautomaten 2002

1.. Aan een vergunning voor het aanwezig hebben van speelautomaten in een hoogdrempelige inrichting wordt de beperking verbonden dat deze geldt voor de aanwezigheid van ten hoogste twee speelautomaten, dan wel één speelautomaat indien voor slechts één speelautomaat vergunning is gevraagd. 2.. Aan een vergunning voor het aanwezig hebben van speelautomaten in een laagdrempelige inrichting wordt de beperking verbonden dat deze geldt voor de aanwezigheid van ten hoogste twee speelautomaten, dan wel één speelautomaat indien voor slechts één speelautomaat vergunning is aangevraagd, met dien verstande dat in laagdrempelige inrichtingen uitsluitend behendigheidsautomaten kunnen worden geplaatst. 3.. De aanwezigheidsvergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer en is niet overdraagbaar. 4.. De aanwezigheidsvergunning kan slechts worden verleend voor een tijdvak van twaalf maanden ingaande 1 januari. 5.. Indien een aanwezigheidsvergunning in de loop van een kalenderjaar wordt aangevraagd en verleend, geldt deze voor de resterende maanden van het jaar. 6.. Indien de aard en het bedrijfskarakter van de inrichting waarvoor de aanwezigheidsvergunning is verleend, nadien wordt gewijzigd, vervalt de verleende aanwezigheidsvergunning van rechtswege. Van deze wijziging dient onmiddellijk kennisgeving te worden gedaan aan de burgemeester.

Rechtspraak bij dit artikel