Met deze bepaling wordt beoogd te voorkomen dat toegekende bijdragen aan subsidie onnodig lang blijven liggen. In voorkomende gevallen kunnen burgemeester en wethouders echter gebruik maken van de hen in het tweede lid toegekende afwijkingsbevoegdheid.
Lid 1. sub a.
De termijn van 2 maanden is verlengd naar 6 maanden aangezien in de winter van oktober t/m maart buiten niet met mergel gewerkt kan worden en een termijn van 2 maanden derhalve te kort is.