Lid 1.
De bijdrage ineens wordt bepaald op basis van de meerprijs van het metselen met mergel ten opzichte van een meer conventioneel bouwmateriaal zoals baksteen. Om in aanmerking te komen voor dit maximale subsidie bedrag van € 2268,90 zoals opgenomen in de versie van de verordening uit 1995 moet tenminste een oppervlakte van 15 m2 mergel gemetseld worden. Dat is ongeveer gelijk aan 15% van het geveloppervlakte van een doorsnee 2 onder 1 kap woning. De subsidie regeling is bij grotere bouwprojecten een stuk minder aantrekkelijk terwijl dat de projecten zijn die ruimtelijk en stedenbouwkundig gezien juist het meest in het oog springen. Als voorbeeld is een project in de Neerhem te noemen waar ca. 100 m2 mergel werd verwerkt. Daarnaast zijn de prijzen voor bouwen de afgelopen 15 jaar ca. 35% gestegen. Om de stimulerende werking van de subsidie regeling in tact te houden en zelf iets te vergroten is het maximale subsidiebedrag aangepast naar € 4.000,-. De jaarlijkse reservering van € 22.689,- in de begroting voor de dekking van de subsidie kan gelijk blijven. Er blijft jaarlijks namelijk een steeds een deel onbenut (gemiddeld ca. €10.000). Door de verhoging van de maximale bijdrage ineens zullen in de toekomst de in de begroting gereserveerde middelen optimaal benut worden.
Onder een “object” wordt verstaan: Elk gebouw of bouwwerk op een perceel dat vrij staat van de overige gebouwen of bouwwerken op datzelfde kadastrale perceel. Waarbij een incidentele onderlinge koppeling met een oppervlakte kleiner dan 1 m2 buiten beschouwing gelaten wordt. Deze omschrijving is opgenomen om te voorkomen dat appartementen in één gebouw gezien worden als verschillende objecten waardoor het subsidiebedrag in verhouding tot een normale woning onevenredig hoog wordt. Een appartementengebouw met 7 woningen op 1 perceel wordt dus als één object gezien in deze verordening. Een aanvrager kan bij een woning met een van de woning vrijstaande garage en een tuinmuur echter subsidie aanvragen voor 3 objecten. Ook als de tuinmuur aan één of twee zijden verbonden is met de woning of de garage maar deze verbinding een kleiner oppervlakte heeft dan 1 m2 is er nog sprake van objecten. Ook de garage mag de woning deels raken, maar als één (volledige) gevel van de garage vast gebouwd is aan de woning en dit oppervlakte derhalve meestal groter is dan 1 m2 worden de garage en de woning als één object gezien in deze verordening
Lid 2.
Deze bepaling bevat een uitwerking van de wijze waarop de in het eerste lid genoemde bijdrage wordt vastgesteld.