De voorschriften, te verbinden aan de in de artikelen 5.2 en 5.3
bedoelde vergunning kunnen betrekking hebben onder meer op:
de orde en veiligheid in de haven;
het verstrekken van inlichtingen;
het beschikken over de nodige kennis aan boord met
betrekking tot de afvalstoffen;
de bestemming van de afvalstoffen;
de bescherming van het milieu;
De vergunning bedoeld in de artikelen 4.2, eerste lid, en 4.3
kan alleen worden verleend indien ten genoegen van de
gemeentelijke havenmeester is aangetoond dat het schip door het
voldoen aan door burgemeester en wethouders te stellen regelen
geschikt is voor de uitoefening van de werkzaamheden, waarvoor
de vergunning is vereist.