De applicatiebeheerder voorziet in:
a. een planning van periodieke gegevensverstrekking die op basis van autorisatiebesluiten worden gedaan;
b. de communicatie bij storingen in hard- en software;
c. een bijdrage aan het oplossen van storingen binnen het toepassingssysteem;
d. maatregelen om de gevolgen van verkeerd uitgevoerde systematische verstrekkingen ongedaan te maken;
e. de bijhouding van een logboek waarin problemen, klachten en bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden;
f. de coördinatie van de werkzaamheden in geval van uitwijk;
g. de rechtstreekse toegang tot de basisadministratie persoonsgegevens van hiertoe bevoegde binnengemeentelijke afnemers;
h. de toekenning en schriftelijke vastlegging van de autorisatieniveaus die aan gegevensverwerkers zijn toegewezen;
i. de bijhouding van een verzameling van de autorisaties die zijn toegekend voor gegevensverwerking en rechtstreekse toegang;
j. de logging van:
· medewerkers die gegevens raadplegen;
· medewerkers die gegevens muteren;
k. de melding van inbreuken op de informatiebeveiliging aan de informatiebeheerder;
l. het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, alsmede het testen en evalueren van nieuwe apparatuur;
m. de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem;
n. de voorlichting aan de gegevensverwerkers met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem;
o. de vormgeving en inhoud van documenten, die rechtstreeks aan de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden ontleend;
p. de afhandeling van verzoeken om managementgegevens.
Hoofdstuk 5
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van regeling beheer gemeentelijke basisregistratie persoonsgegevens