**1.** Burgemeester en wethouders trekken een urgentieverklaring in,
indien: a. aan de vereisten voor het verkrijgen van een urgentie
niet meer wordt voldaan; b. de urgentie is verstrekt op grond
van gegevens waarvan de houder van de urgentie wist of
redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
waren; c. de houder van de urgentie daarom verzoekt.
**2.** De urgentieverklaring vervalt automatisch indien de houder van
de urgentie na de afgifte van de urgentie zelfstandige
woonruimte voor onbepaalde tijd in gebruik heeft genomen.
**3.** De urgentieverklaring vervalt automatisch indien de houder van
de urgentie niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 9,
lid 6, sub b.
**4.** De urgentieverklaring vervalt indien de termijn waarvoor zij is
verstrekt is verstreken.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 6
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Opmeer 2010