Het college van burgemeester en wethouders weigert de gevraagde
voorziening in ieder geval indien:
de aanvrager niet behoort tot de doelgroep van de wet;
niet voldaan wordt aan de in deze verordening genoemde
voorwaarden;
de gevraagde voorziening naar het oordeel van het college
van burgemeester en wethouders niet medisch noodzakelijk
is;
de gevraagde voorziening naar het oordeel van het college
van burgemeester en wethouders weliswaar adequaat is, maar
er tevens een andere adequate voorzie-ning verstrekt kan
worden die minder duur is;
de aanvraag een voorziening betreft die reeds voor de
aanvraagdatum door de gehandicapte is gerealiseerd;
indien een voorziening als waarop de aanvraag betrekking
heeft, reeds eerder krachtens deze verordening is vergoed of
verstrekt en de normale afschrijvingsduur voor die
voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder
vergoede of verstrekte voorziening geheel of gedeeltelijk
verloren is gegaan als gevolg van feiten of omstandigheden
die niet aan de gehandicapte zijn toe te rekenen.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 3
Artikel 1.8
Gronden voor weigering
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2002