Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.10

Kosten in verband met tijdelijke huisvesting

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2002

1.. Het college burgemeester en wethouders kan een voorziening verlenen in de nood-zakelijk geachte kosten van tijdelijke huisvesting die door de gehandicapte worden gemaakt in verband met het aanpassen van zijn huidige woonruimte of de door de gehandicapte nog te betrekken woonruimte, alleen voor de periode dat de woonruimte ten gevolge van het verrichten van de woonruimte-aanpassing niet bewoond kan worden en de gehandicapte voor dubbele woonlasten komt te staan. 2.. Een voorziening in verband met tijdelijke huisvesting wordt alleen verleend als de gehandicapte redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten zou hebben. 3.. De termijn gedurende welke een voorziening van tijdelijke huisvesting als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, bedraagt ten hoogste zes maanden. 4.. In de in het eerste lid bedoelde gevallen kan alleen een voorziening worden verleend als deze kosten worden gemaakt in verband met: tijdelijk betrekken van een woonruimte; langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte.

Rechtspraak bij dit artikel