Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts
een woonvoorziening indien de gehandicapte zijn
hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan
de voorziening wordt getroffen.
In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
voorziening worden verleend voor het aanpassen van één
woonruimte indien de gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft
in een AWBZ-inrichting en regelmatig deze woonruimte
bezoekt. Tevens dient de gemeente waar de gehandicapte zijn
hoofdverblijf heeft te verklaren, dat haar niet bekend is
dat reeds eerder een woonruimte bezoekbaar gemaakt is.
De voorziening betreft slechts een tegemoetkoming in de
kosten van het bezoekbaar maken van de woonruimte. Hieronder
wordt verstaan dat de gehandicapte de woonruimte, de
woonkamer, één toilet, één slaapkamer en de badruimte kan
bereiken.
Deze aanvraag wordt ingediend in de gemeente waar de aan te
passen woning staat.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.7
Voorwaarden voor verlenen woonvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2002