Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Bepalingen ten aanzien van de verstrekking

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2002

1.. Het vrij besteedbare bedrag als bedoeld in artikel 3.1 eerste lid sub b en in artikel 3.1 tweede lid sub a en b is voor zover dit gebruikt wordt voor het CVV Leidse Regio bestemd voor de meerkosten van het CVV Leidse Regio ten opzichte van het regulier openbaar vervoer. Bij de berekening van deze meerkosten wordt uitgegaan van het basis OV-tarief. 2.. Met betrekking tot een verstrekking in natura wordt een bruikleenovereenkomst gesloten. 3.. De beschikking tot toekenning van een voorziening, als genoemd in artikel 3.1, eerste en tweede lid, kan voor een bepaalde tijd worden gegeven. 4.. Voor zover echtgenoten beiden geen gebruik kunnen maken van het regulier openbaar vervoer en tenminste één van hen van hen geen gebruik kan maken van het CVV Leidse Regio, en hun vervoersbehoeften samenvallen, wordt aan elk van hen 50% van het maximumbedrag voor een voorziening in de kosten van vervoer, als genoemd in artikel 3.1 tweede lid, toegekend. 5.. Voor zover echtgenoten beiden geen gebruik kunnen maken van het regulier openbaar vervoer en tenminste één van hen van hen geen gebruik kan maken van het CVV Leidse Regio, en hun vervoersbehoeften niet of niet volledig samenvallen, wordt aan elk 75% van het maximumbedrag voor een voorziening in de kosten van vervoer, als genoemd in artikel 3.1 tweede lid, toegekend. 6.. Voor zover echtgenoten beiden geen gebruik kunnen maken van het regulier openbaar vervoer maar wel van het CVV Leidse Regio, wordt aan hen ieder: het bedrag toegekend als bedoeld in artikel 3.1 eerste lid sub a; 100% toegekend van het in artikel 3.1 eerste lid sub b bedoelde bedrag als dit bedrag uitsluitend zal worden ingezet voor reizen met het CVV Leidse Regio, of 50% toegekend van het in artikel 3.1 eerste lid sub b bedoelde bedrag als dit bedrag zal worden ingezet voor vervoer zoals genoemd in artikel 3.1 eerste lid en/of 3.1 tweede lid sub a dan wel b. 7.. Als bij echtgenoten één van hen geen gebruik kan maken van het regulier openbaar vervoer, dan wordt deze echtgenoot voor de toepassing van artikel 3.1. eerste en tweede lid aangemerkt als alleenstaande.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel