Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere
gevallen ten gunste van de gehandicapte of eigenaar van de
woonruimte afwijken van de bepalingen in deze verordening,
indien strikte toepassing van de verordening tot onbillijkheden
van zwaarwegende aard leidt.
In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen,
waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college van
burgemeester en wethouders.
Het college van burgemeester en wethouders kan jaarlijks per 1
januari de in het kader van deze verordening geldende bedragen,
zoals neergelegd in het financieel besluit voorzieningen
gehandicapten, verhogen of verlagen conform de ontwik-kelingen
van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek
of de Nea-norm.
Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening voorzieningen
gehandicapten 2002' en treedt op 1 januari 2002 in werking.
Met inwerkingtreding van deze verordening komt de 'Verordening
voorzieningen gehandicapten 1998' per 1 januari 2002 te
vervallen.
Aanvragen om toekenning van een voorziening welke betrekking
hebben op een periode voor 1 januari 2002 zullen worden
behandeld volgens de 'Verordening voorzieningen gehandicapten
1998.
In die gevallen waar reeds voor 1 januari 1998 een voorziening
in de vorm van verstrekking van een vervoermiddel alsmede een
volledige gemaximeerde vergoe-ding in de kosten van vervoer is
toegekend, als bedoeld in artikel 3.1 tweede lid, kan deze
gehandicapte van deze voorziening gebruik maken zolang hij/zij
over dit vervoermiddel de beschikking heeft. Indien vervanging
van dit vervoermiddel noodzakelijk is, wordt de gemaximeerde
vergoeding in de kosten van vervoer gesteld op 50% van het
maximumbedrag conform het gestelde in artikel 3.3 vierde
lid.