Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Slotbepalingen

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2002

Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen ten gunste van de gehandicapte of eigenaar van de woonruimte afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien strikte toepassing van de verordening tot onbillijkheden van zwaarwegende aard leidt. In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening geldende bedragen, zoals neergelegd in het financieel besluit voorzieningen gehandicapten, verhogen of verlagen conform de ontwik-kelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek of de Nea-norm. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening voorzieningen gehandicapten 2002' en treedt op 1 januari 2002 in werking. Met inwerkingtreding van deze verordening komt de 'Verordening voorzieningen gehandicapten 1998' per 1 januari 2002 te vervallen. Aanvragen om toekenning van een voorziening welke betrekking hebben op een periode voor 1 januari 2002 zullen worden behandeld volgens de 'Verordening voorzieningen gehandicapten 1998. In die gevallen waar reeds voor 1 januari 1998 een voorziening in de vorm van verstrekking van een vervoermiddel alsmede een volledige gemaximeerde vergoe-ding in de kosten van vervoer is toegekend, als bedoeld in artikel 3.1 tweede lid, kan deze gehandicapte van deze voorziening gebruik maken zolang hij/zij over dit vervoermiddel de beschikking heeft. Indien vervanging van dit vervoermiddel noodzakelijk is, wordt de gemaximeerde vergoeding in de kosten van vervoer gesteld op 50% van het maximumbedrag conform het gestelde in artikel 3.3 vierde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel