Naar hoofdinhoud
Het college weigert de noodzaak van kinderopvang vast te stellen indien: de ouder en de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of de ouder of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet; of de ouder geen verklaring kan overhandigen van een professionele erkende zorgverlener waaruit blijkt dat kinderopvang op sociaal medische gronden noodzakelijk of gewenst is.

Rechtspraak bij dit artikel