Het college weigert de noodzaak van kinderopvang vast te stellen indien:
de ouder en de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of
de ouder of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet; of
de ouder geen verklaring kan overhandigen van een professionele erkende zorgverlener waaruit blijkt dat kinderopvang op sociaal medische gronden noodzakelijk of gewenst is.
Artikel 5
Weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang Opsterland 2011