De specifieke voorwaarde die in de subsidieverordening aan incidentele subsidies worden gesteld conform artikel 8, lid 4 van de verordening, is de volgende:
“Indien een instelling een incidentele subsidie aanvraagt voor een eenmalige activiteit, welke activiteit niet was voorzien, kan de aanvraag – in afwijking van lid 1, schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders worden ingediend tot drie maanden voordat met de activiteit een begin wordt gemaakt.”
Criteria verlening:
Voldoet de aanvraag aan de criteria zoals gesteld in de algemene subsidieverordening Aalsmeer 2000.
Hierbij wordt gekeken naar de volgende onderdelen:
Het bestaan van de activiteit komt zonder ondersteuning van de gemeente in gevaar (hierbij wordt gekeken naar het eigen vermogen, de bestaande reserves en de begroting).
De subsidie komt ten goede aan Aalsmeerse inwoners.
De aanvraag past binnen het door de gemeente vastgestelde beleid.
De aanvrager kan aantonen dat op andere wijze middelen zijn gegenereerd (denk hierbij aan contributie, sponsoring, interne acties enz.).
De activiteit had niet kunnen worden voorzien. De activiteit is geen jubileumactiviteit en voor de activiteit had redelijkerwijs niet binnen de geëigende termijn een budget- of waarderingssubsidie kunnen worden aangevraagd.
De aanvrager is geen landelijke organisatie.
De activiteit is een noodzakelijke aanvulling op de activiteiten, gesubsidieerd of niet gesubsidieerd, die reeds plaatsvinden ten behoeve van de Aalsmeerse inwoners.
Indien de aanvraag voldoet aan alle bovenstaande criteria dan wordt het gevraagde bedrag verleend, met in achtneming van het gestelde maximum bedrag van € 2.400,00.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 16:
de inhoudelijke toetsingscriteria voor een incidentele subsidie
Onderdeel van Beleidsregels 2012 Algemene Subsidieverordening Aalsmeer