Naar hoofdinhoud
1.. De commissie heeft tot taak een door de commissaris van de Koningin aan te reiken selectie van kandidaten te beoordelen. 2.. De commissie brengt over haar bevindingen schriftelijk en vertrouwelijk verslag uit aan de raad en de commissaris van de Koningin. Het verslag aan de raad wordt voorzien van een concept aanbeveling. 3.. Indien de commissie ook andere kandidaten die op de voorgeschreven wijze hebben gesolliciteerd en die niet behoren tot de selectie van de commissaris van de Koningin, wil beoordelen, stelt zij de commissaris van de Koningin hiervan onverwijld in kennis. 4.. Indien de commissie besluit een door de commissaris van de Koningin geselecteerde kandidaat niet te ontvangen, stelt zij de commissaris van de Koningin beargumenteerd hiervan onverwijld schriftelijk in kennis. Eveneens stelt de commissie de betreffende kandidaat hiervan onverwijld in kennis. 5.. De commissie verschaft zich slechts door tussenkomst van de Commissaris van de Koningin de door haar nodig geachte informatie over de kandidaten. 6.. De commissie brengt haar in lid 2 bedoelde bevindingen uit op basis van de namen en eventuele verdere gegevens die de Commissaris van de Koningin haar verstrekt en op basis van mondelinge en schriftelijke informatie die de door haar ontvangen kandidaten haar geven, zulks na weging van een en ander. 7.. De commissie licht het concept van haar verslag en haar bevindingen bedoeld in het tweede lid toe aan de Commissaris van de Koningin.

Rechtspraak bij dit artikel