**1.** De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen moet het slopen, voor zover dat betrekking heeft op asbest, opdragen aan een conform BRL 5050 gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf.
**2.** De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen moet een afschrift van de vergunning ter hand stellen aan het conform BRL 5050 gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf dat het slopen krachtens aanneming van werk zal uitvoeren.
**3.** De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen stelt tenminste één week (7 dagen) voorafgaande aan de aanvang van het slopen het bevoegd gezag schriftelijk op de hoogte van de data en tijdstippen waarop het slopen, voor zover dat betrekking heeft op asbest, zal plaatsvinden.
**4.** De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen stuurt binnen twee weken (14 dagen) na de uitvoering van de sloopwerkzaamheden het bevoegd gezag een afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling, bedoeld in artikel 9, eerste lid van het Asbestverwijderingsbesluit 2005.
**5.** De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen moet, indien het slopen van asbest waarop de vergunning betrekking heeft krachtens aanneming van werk zal worden uitgevoerd, de aanvang van het slopen van asbest voordat met de werkzaamheden wordt begonnen schriftelijk melden aan het districtshoofd van de Arbeidsinspectie binnen wiens district de werkzaamheden worden uitgevoerd. Hij moet daarbij tevens meedelen welk conform BRL 5050 gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf de werkzaamheden uitvoert en het tijdstip waarop met de werkzaamheden wordt begonnen.
**6.** De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen stelt ten minste één week voorafgaande aan de aanvang van het slopen, burgemeester en wethouders schriftelijk op de hoogte van de data en tijdstippen waarop het slopen, voor zover dat betrekking heeft op asbest, zal plaatsvinden.
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 3
Artikel 8.3.3
Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Buren 2010