Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3

Omvang van eigen bijdragen en eigen aandeel

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Asten

1.. De persoon aan wie een individuele voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget is verleend is een eigen bijdrage verschuldigd. 2.. De persoon aan wie een individuele voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming is verleend is een eigen aandeel verschuldigd. 3.. Het bepaalde in lid 1 en lid 2 blijft buiten toepassing indien: a.. de voorziening bestaat uit een rolstoel of een sportrolstoel; b.. de voorziening een verhuiskostenvergoeding betreft; c.. de voorziening een vergoeding voor huurderving betreft; d.. de voorziening een financiële tegemoetkoming voor individueel vervoer per auto of taxi betreft; e.. de voorziening bedoeld is voor een belanghebbende jonger dan 18 jaar. 4.. De hoogte van de eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.1 lid 1 van het landelijke Besluit maatschappelijke ondersteuning en bedraagt nooit meer dan: a.. de kostprijs van de voorziening; b.. de hoogte van het verstrekte persoonsgebonden budget; c.. de hoogte van de verstrekte financiële tegemoetkoming. 5.. De termijn van de inning van de eigen bijdrage en/of eigen aandeel is: a.. 39 periodes van 4 weken bij de verstrekking van een bouwkundige of woontechnische voorziening; b.. 39 periodes van 4 weken bij de verstrekking van een voorziening in eigendom; c.. gelijk aan de verstrekkingduur van een voorziening in natura; d.. gelijk aan de verstrekkingduur van een periodiek persoonsgebonden budget; e.. gelijk aan de afschrijvingstermijn die in de toekenningbeschikking van het persoonsgebonden budget voor een voorziening is vermeld; f.. De inning van de eigen bijdrage stopt bij overlijden van belanghebbende; 6.. Vaststelling en inning van de eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt gedaan door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel