Naar hoofdinhoud
1.. De leden van de commissie, met inbegrip van de voorzitter, de secretaris en de adviseurs van de commissie, hebben volstrekte geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect als lid, voorzitter, secretaris of adviseur van de commissie, aan hen mondeling of schriftelijk ter kennis is gebracht. 2.. De commissie legt in elke vergadering overeenkomstig het bepaalde in artikel 86 van de Gemeentewet geheimhouding op omtrent de inhoud van stukken en omtrent het verhandelde tijdens de vergadering. 3.. De voorzitter ziet erop toe dat aan het gestelde in het eerste en tweede lid wordt voldaan. 4.. De commissie en haar leden verstrekken noch inzage in stukken, noch informatie over de stukken en over het behandelde in haar vergadering, aan raadsleden die geen zitting hebben in de commissie, noch aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 2, lid 2. 5.. Noch de commissie, noch de gemeenteraad zal de geheimhouding, waartoe het tweede lid oproept, opheffen. 6.. De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van kracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel