De in artikel 21 bedoelde gedenktekens of beplantingen worden geacht
voor rekening en risico van de rechthebbende te zijn
aangebracht.
Schade als gevolg van brand, storm, vorst, wateroverlast, bliksem,
ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende
oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van
monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van
heesters of andere beplantingen ten behoeve van een bijzetting of
opgraving, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening
en risico van de rechthebbende.
De rechthebbende is verplicht de, door welke omstandigheden ook,
daaraan toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen,
indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het
college van burgemeester en wethouders het uiterlijk aanzien van de
begraafplaats schaadt.
Indien door een ondeugdelijk geworden constructie naar het oordeel
van de beheerder een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor
het omvallen of inzakken van een grafmonument, kan het college van
burgemeester en wethouders direct maatregelen treffen.
5.Indien binnen drie maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of
vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college van burgemeester en
wethouders bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of
beplantingen over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet
aansprakelijk kan worden gesteld.
Artikel 23
Aansprakelijkheid
Onderdeel van Verordening voor het beheer en gebruik van gemeentelijke begraafplaatsen Oss 2007