Naar hoofdinhoud
1.. De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van stoffelijke overschotten en/of asbussen, worden respectievelijk begraven en verstrooid op een door het college van burge- meester en wethouders aangewezen gedeelte van de begraafplaats. 2.. Het college van burgemeester en wethouders kan na een schriftelijk verzoek de rechthebbende op een eigen graf toestemming verlenen om de overblijfselen van de overledenen die zich bevinden in het graf waarop het uitsluitend recht betrekking heeft, opnieuw te doen begraven in een ander graf op kosten van de rechthebbende. 3.. Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in lid 1 en 2 zal niet eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale grafrusttermijn van de laatst in gebruik genomen begraaflaag. 4.. De rechthebbende van een eigen graf kan de beheerder schriftelijk verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving of bijzetting elders of te doen verstrooien.

Rechtspraak bij dit artikel