Naar hoofdinhoud
Het is verboden op de begraafplaats: zich op hinderlijke wijze te gedragen; te colporteren of goederen voor verkoop aan te bieden; op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf; op de graven te lopen of de begraafplaats te verontreinigen; de graven, de gedenktekens, de beplanting, de gebouwen en de paden te bekladden, te beschadigen of op enigerlei andere wijze te verontreinigen; dieren mee te nemen, met uitzondering van een hond ter begeleiding van een blinde; dieren te begraven; te gaan zitten anders dan op de daartoe aangebrachte zitplaatsen; zich toegang tot de begraafplaats te verschaffen anders dan op de daarvoor bestemde ingangen; iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied van de nagedachtenis van de overledene; werkzaamheden aan grafbedekkingen door derden te laten verrichten, behoudens artikel 21, lid 1. Het is verboden op de begraafplaats: rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en wandelwagens, mee te nemen, anders dan op de daartoe aangewezen rijwegen, anders dan ter gelegenheid van een begrafenis of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de begraafplaats te verrichten werkzaamheden; met motorrijtuigen sneller dan 10 km per uur te rijden. De beheerder kan ontheffing verlenen van de verboden, bedoeld in dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel