1 Bij toekenning van een van de in artikel 2 genoemde voorzieningen, of bij toekenning van vergoeding voor de kosten van bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 3, wordt bij de wijze van vaststelling van de hoogte van de vergoeding een onderscheid gemaakt tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen gebaseerd op de feitelijk voorziene kosten per geval.
2 De genormeerde vergoedingsbedragen worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel A. De vergoedingsbedragen die zijn gebaseerd op de feitelijke kosten worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel B.
3 Deel A van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a 1, a 2 indien groter dan 420 m2, a 6, a 7, a 8 indien het betreft een gymnastiekruimte en f.
Deel B van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a 2 indien kleiner dan of gelijk aan 420 m2, a 3, a 4, a 5, a 8 met uitzondering van een gymnastiekruimte, b, c, d, e en als bedoeld in artikel 3.