**1..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, artikel 55 en artikel 57, lid a van de wet, wordt een maatregel opgelegd.
**2..** Indien het betonen van een tekortschietend besef tot een benadelingsbedrag heeft geleid, wordt gedurende één maand een maatregel vastgesteld, waarbij het volgende onderscheid wordt gehanteerd:
tot € 5.000,--: 5% van de bijstandsnorm;
van € 5.000,-- tot € 10.000,--: 10% van de bijstandsnorm;
van € 10.000,-- tot € 20.000,--: 20% van de bijstandsnorm;
van € 20.000,-- tot € 30.000,--: 40% van de bijstandsnorm;
van € 30.000,-- tot € 40.000,--: 60% van de bijstandsnorm;
van € 40.000,-- tot € 50.000,--: 80% van de bijstandsnorm;
vanaf € 50.000,--: 100% van de bijstandsnorm.
**3..** Indien het betonen van een tekortschietend besef niet tot een benadelingsbedrag heeft geleid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld:gedragingen die leiden tot (meer) bijstandsbehoeftigheid en die niet expliciet in deze verordening zijn genoemd, wordt een maatregel opgelegd van 20%, gedurende maximaal 3 maanden, afhankelijk van de mate waarin de bijstandsafhankelijkheid wordt vergroot.
Hoofdstuk 4
Artikel 13
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB 2004