**2.1.** Een raadslid doet opgave van zijn financiële belangen in
ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke
betrekkingen onderhoudt, voor zover dat belang groter is dan 5 % van
het aandelenkapitaal. De opgave is openbaar en door derden te
raadplegen.
**2.2.** Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt het raadslid (de
schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke
concurrentieverhoudingen.
**2.3.** Een raadslid dat familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins
persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan
de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over
de betreffende opdracht.
**2.4.** Een raadslid neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente
geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie
ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.
**2.5.** Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een raadslid over een
onderwerp in het geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming
daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat.
**2.6.** Een raadslid vervult geen nevenfuncties die een structureel risico
vormen voor een integere invulling van de politieke functie.
**2.7.** Een raadslid geeft ten behoeve van de openbaarmaking van zijn
nevenfuncties en q.q-nevenfuncties aan voor welke organisatie de
functies worden verricht en of de functies bezoldigd zijn.
**2.8.** Een raadslid behoudt geen inkomsten uit een q.q.-nevenfunctie
(tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is
toegestaan). De inkomsten komen ten goede aan de kas van
gemeente.
Afdeling III
Artikel 2
Belangenverstrengeling
Onderdeel van Gedragscode voor bestuurders en raadsleden in Weststellingwerf