Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder;
a. boom: houtachtig overblijvend gewas met een diameter van de stam van
minimaal 10 cm. op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
meerstammigheid geldt de dwars diameter van de dikste stam;
b houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
c hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk
uitlopen;
d dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
houtopstand;
e bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente Schiermonnikoog zoals
vastgesteld door burgemeester en wethouders op 7 september 2010 en door de
gemeenteraad op 21 september 2010;
f bevoegd gezag : bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid,
van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
g. vergunning : een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van
houtopstand, zoals bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder g. van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht.