1. De vergunning kan worden geweigerd op grond van:
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
2. Een beschikking, als bedoeld in het eerste lid, is met redenen omkleed.