Indien de houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze verordening van toepassing is, zonder vergunning van het
bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan
het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop
zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde
tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting
opleggen te herbeplanten in overeenstemming met de door hen te geven
aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting
en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden
vervangen.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
verordening van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt
bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit
anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
verplichting opleggen om in overeenstemming met de door hen te geven
aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te
treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met
derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht
daaraan te voldoen.
Artikel 7.
Herplant plicht en instandhouding plicht
Onderdeel van Kapverordening Schiermonnikoog 2011