Voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen van hoofdstuk 7 CAR/UWO worden de toelage onregelmatige dienst, bedoeld in artikel 22, en de overgangstoelage onregelmatige dienst slechts geacht te behoren tot de bezoldiging tot een bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de drie kalendermaanden of in de dertien kalenderweken, voorafgaande aan de datum waarop de verhindering tot het vervullen van de betrekking is ontstaan, gemiddeld per maand of per week is toegekend aan die vergoeding of die beloning, al naar gelang de bezoldiging van de ambtenaar per maand of per week wordt uitbetaald. Voor zover de ambtenaar op evenbedoelde datum minder dan drie kalendermaanden of dertien kalenderweken zijn betrekking heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand of per week is toegekend over het tijdvak waarin hij vóór het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest.
Hoofdstuk IV
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Bezoldigingsregeling gemeente Weststellingwerf (erratum)