Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3

Individuele voorzieningen in natura

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Weststellingwerf 2008

Individuele voorzieningen die verstrekt worden in natura betreffen:1. Hulp bij het huishouden, te onderscheiden in:a. algemeen direct beschikbare hulp bij het huishouden.Deze hulp gaat de gebruikelijke zorg te boven en wordt verleend door de zorgaanbieder die daarvoor door het college wordt ingeschakeld;b. op de individuele persoon afgestemde hulp bij het huishouden.Deze hulp gaat de gebruikelijke zorg te boven, maar de algemeen direct beschikbare hulp bij het huishouden, als bedoeld onder a, voorziet hierin niet omdat die onvoldoende adequaat of niet aanwezig is. Bij het vaststellen van een aanspraak op een voorziening voor hulp bij het huishouden wordt de gebruikelijke zorg vastgesteld met toepassing van een zogenaamd standaard indicatieprotocol (Protocol gebruikelijke zorg). 2. Hulpmiddelen.Een hulpmiddel kan slechts worden toegekend voor zover het langdurig noodzakelijk is om de beperkingen van de belanghebbende op het gebied van het wonen of het zich binnen of buiten de woning te verplaatsen op te heffen of te verminderen. Langdurig noodzakelijk wil zeggen dat de belanghebbende voor langere tijd aangewezen moet zijn op een desbetreffend hulpmiddel. Voor langere tijd betekent in ieder geval dat wie tijdelijk beperkingen ondervindt, bijvoorbeeld door een ongeluk, terwijl vaststaat dat de aard van de beperking van voorbijgaande aard is, niet voor een voorziening in aanmerking komt. De belanghebbende kan dan een beroep doen op de hulpmiddelendepots van de thuiszorgorganisaties die zijn opgezet in het kader van de AWBZ. Bij het toekennen van hulpmiddelen wordt rekening gehouden met het beleid zoals dat in het kader van de Wvg is gevoerd en de jurisprudentie die daarover is gevormd. Deze voorzieningen zijn of worden opgenomen in een regelmatig te actualiseren Verstrekkingenlijst.3. Woonvoorzieningen.Bij woonvoorzieningen die bestaan uit ingrepen van bouwkundige of woontechnische aard in of aan de woonruimte (de zogenaamde woningaanpassingen) geldt als voorwaarde dat deze gericht moeten zijn op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen. Het criterium ergonomische beperkingen houdt onder meer in, dat zich bij een belanghebbende een belemmering voordoet met betrekking tot (één van) de elementaire woonfuncties, die in direct verband staat met een - hetzij uit een lichamelijke, hetzij uit een geestelijke handicap voortvloeiende - lichamelijke functionele beperking. Tot de elementaire woonfuncties behoren in ieder geval slapen, eten en lichaamsverzorging. Een woonvoorziening (lees: woningaanpassing) wordt daarom primair beoordeeld aan de hand van het vereiste dat de gevraagde voorziening naar objectief medische maatstaf noodzakelijk is. Bij het toekennen van woonvoorzieningen wordt rekening gehouden met specifieke aanpassingen gezien de lichamelijke beperkingen van de belanghebbende en de daaruit voortvloeiende ergonomische belemmeringen in het gebruik van de woning. Hierbij wordt gehandeld in overeenstemming met het beleid zoals dat in het kader van de Wvg is gevoerd en de jurisprudentie die daarover is gevormd.

Rechtspraak bij dit artikel