De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9 niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.
niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
op verzoek van de vergunninghouder.
HOOFDSTUK 2: › Paragraaf 2.2
Artikel 14
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Digitalisering en actualisering Erfgoedkaart en Erfgoedverordening 2011