Het college kan, al dan niet op verzoek van belanghebbenden, besluiten zaken aan te wijzen als beschermde beeldbepalende zaak.
a. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan
de Ruimtelijke kwaliteitscommissie. In spoedeisende gevallen kan dit advies achterwege blijven.
Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een beeldbepalende zaak de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermde beeldbepalende zaak ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 24 plaatsheeft of vaststaat dat het object niet wordt aangewezen, is artikel 25 van overeenkomstige toepassing.
Alvorens het college een kerkelijke beeldbepalende zaak aanwijzen, hoort zij de eigenaar. Indien een aangewezen kerkelijke beeldbepalende zaak de wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening verliest, wordt het geacht te zijn aangewezen als beschermd beeldbepalende zaak.
Voordat het college een beeldbepalende zaak aanwijst, hoort het de eigenaar en degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en beperkt gerechtigde staan vermeld, de hypothecaire schuldeisers en, als om de aanwijzing is verzocht, de verzoeker.
Het college kan bepalen dat ten behoeve van de aanwijzing van een object als beschermd beeldbepalende zaak een cultuurhistorisch, bouwhistorisch- en/of non-destructief archeologisch onderzoek wordt verricht.
Beschermde beeldbepalende zaken, die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet of die zijn geregistreerd op een lijst van monumenten, op grond van een Monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant en op grond van deze Erfgoedverordening zijn geregistreerd op de gemeentelijke monumentenlijst, worden door het college niet op de in dit artikel bedoelde lijst geplaatst.
HOOFDSTUK 5: › Paragraaf 5.1
Artikel 24
De aanwijzing tot beeldbepalende zaak
Onderdeel van Digitalisering en actualisering Erfgoedkaart en Erfgoedverordening 2011