Ondermandaat
De Algemene wet bestuursrecht bepaalt in artikel 10:9, dat de mandaatgever kan toestaan dat ondermandaat wordt verleend. Op ondermandaat zijn de overige artikelen van afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Ondermandaat is gewenst vanwege een efficiënte uitoefening van bevoegdheden. Uitgangspunt van het besluit tot mandaatverlening is, dat het ter zake bevoegde bestuursorgaan mandateert aan de afdelingshoofden. Het bij het mandaatbesluit behorende overzicht is daarop gebaseerd. In dit overzicht is tevens ruimte gereserveerd voor te verlenen ondermandaat.
Een besluit waarbij ondermandaat wordt verleend dient volgens het tweede lid schriftelijk te worden verleend. Vanwege de verantwoordelijkheid voor de uitoefening van de bevoegdheid dient het ter zake bevoegde bestuursorgaan hiervan kennis te dragen. Zonodig kan het bestuursorgaan ondermandaat verhinderen. De afdelingsmanagers zullen hiertoe separaat voorstellen doen.
Om wille van de overzichtelijkheid, uniformiteit en wettelijke mogelijkheden is het beheer van de mandaatbesluit (en delegatiebesluiten) ondergebracht bij de afdeling Ondersteuning. Ondersteuning geldt dan als het centrale coördinatiepunt ten aanzien van de formulering, de vastlegging en het beheer van mandaatbesluiten. Indien zich wijzigingen in bestaande gemandateerde bevoegdheden voordoen of nieuwe bevoegdheden ontstaan of worden gemandateerd, brengen de afdelingen dit ter kennis van genoemde afdeling. Deze afdeling draagt zorg voor de verdere afhandeling daarvan (o.a. plaatsing op het netwerk).