Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2009a

1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofd­stuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar ver­schuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalender­maanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat voor de belasting als be­doeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 5. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar wijzigt doordat er een huishouding van minder dan twee personen ontstaat, wordt ontheffing verleend van zoveel maal een twaalfde gedeelte van het bedrag van het verschil tussen de tarieven bedoeld in Hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel , als na dat tijdstip van wijziging, nog volle kalendermaanden overblijven. 6. Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak wijzigt doordat er een huishouding van meer dan één persoon ontstaat, is een aanvullende belasting verschuldigd van zoveel maal een twaalfde gedeelte van het bedrag van het verschil tussen de tarieven, bedoeld in hoofdstuk 1.1, van de tarieventabel, als na dat tijdstip van wijziging nog volle kalendermaanden overblijven. 7. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 bedoeld in Hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel worden niet geheven. 8.. Voor de toepassing van het bepaalde in het zesde lid wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als een belastingaanslag.

Rechtspraak bij dit artikel