**1.** Het college kan de subsidieontvanger bij de subsidieverlening andere verplichtingen opleggen dan die genoemd in artikel 4:37 Awb, die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
**2.** De activiteiten moeten binnen twee maanden na de subsidieverlening zijn gestart, in die zin dat de subsidieontvanger daadwerkelijk uitgaven verricht ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten.
**3.** Indien het niet mogelijk is dat de activiteiten binnen twee maanden na de subsidieverlening worden gestart, kan de aanvrager een gemotiveerd verzoek voor een latere aanvang indienen bij het college.
**4.** De activiteiten moeten zijn uitgevoerd vóór de datum, die daarvoor in de beschikking tot subsidieverlening is aangegeven.
**5.** De activiteiten moeten overeenkomstig de aanvraag worden uitgevoerd.
**6.** Onverminderd het bepaalde in artikel 4:48 van de Awb kan het college de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk intrekken indien de activiteit, waarvoor de subsidie is verleend, niet is uitgevoerd binnen de termijn, genoemd in lid 4.
**7.** Het college kan de subsidieontvanger bij de subsidieverlening andere dan de hiervoor genoemde verplichtingen opleggen ten aanzien van het regelen en financieren van de voortgang of het onderhoud van het project.
**8.** Het is de subsidieontvanger niet toegestaan, behalve na schriftelijke toestemming van het college, de met subsidie vergregen goederen en rechten te vervreemden of aan derden ter beschikking te stellen binnen een periode van vijf jaar na de subsidievaststelling.
**9.** De subsidieontvanger is na het verlenen van de toestemming, bedoeld in lid 8, verplicht de lopende werkzaamheden en de daarbij behorende subsidie over te dragen aan diens rechtsopvolger en deze is verplicht de werkzaamheden voort te zetten.
Artikel 7
Algemene verplichtingen
Onderdeel van Verordening Projectsubsidies ten behoeve van gemeentelijke cofinanciering Gebiedskader Waddeneilanden 2007-2013