Waar nodig maken de convenantpartijen in de Stuurgroep nadere afspraken om een goede uitvoering van dit convenant te verzekeren. Desgewenst kunnen de convenantpartijen nadere uitvoeringsregelingen opstellen. Wijzigingen of aanvullingen van dit convenant dienen door alle convenantpartners schriftelijk te worden bekrachtigd. Cameratoezicht is een tijdelijke preventieve maatregel. Na verloop van tijd dient een beslissing worden genomen over het al dan niet voortzetten daarvan. De huidige situatie is hierbij te beschouwen als een zogenaamde “nulmeting”. De effectmeting van de inspanningen met cameratoezicht is van belang onder meer om de inzet van mensen en middelen te kunnen verantwoorden. Bovendien, maken evaluaties het mogelijk van gemaakte fouten en successen te leren. Er is veel geschreven over methoden en technieken om te evalueren. In grote lijnen geldt het onderscheid tussen effect-evaluatie en proces-evaluatie. In het ene geval staat de uitkomst van het cameraproject centraal en in de andere het verloop van het project. De moeilijkheid is dat het resultaat van ‘preventie’ niet waarneembaar is. Als er iets niet gebeurt valt dat ook niet waar te nemen. Niemand kan vaststellen hoeveel geweldsmisdrijven of autokraken niet hebben plaatsgevonden. Een oplossing biedt een vergelijking van criminaliteitscijfers vóór en nà het instellen van cameratoezicht. Een kanttekening hierbij is dat een eventuele afname van criminaliteit niet enkel en alleen mag worden toegeschreven aan de preventieve inspanningen. Het ‘operationele team’ legt in een protocol nadere afspraken vast over de effectmeting van het cameratoezicht, dat wil zeggen: het verschil tussen de verwachte en de waargenomen criminaliteit. De Stuurgroep wordt over deze afspraken geïnformeerd.
Artikel 11