**1.** De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid van deze verordening, bedraagt € 250,- indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
**2.** De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, tweede lid van deze verordening, bedraagt € 250,- indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
**3.** De bestuurlijke boete bedraagt € 250,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
**4.** De bestuurlijke boete bedraagt € 250,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
**5.** De bedragen zoals genoemd in het eerste, tweede en derde lid zijn gelijk aan het bedrag als genoemd in artikel 34, sub a, van de wet. Wijziging van de hoogte van het bedrag in art. 34, sub a, van de wet leidt automatisch tot aanpassing van de bedragen genoemd in het eerste, tweede en derde lid.
**6.** Het college kan de boete op een lager bedrag vaststellen, dan wel niet opleggen, op grond van artikel 38 van de wet.
Hoofdstuk 4
Artikel 10
Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
Onderdeel van Verordening Wet Inburgering gemeente Weststellingwerf 2007