Artikel 4.7 regelt het primaat van de verhuizing. Dat wil zeggen, als vast staat dat een aanpassing noodzakelijk is, eerst beoordeeld wordt of verhuizing een oplossing biedt naar een al helemaal aangepaste woning, of naar een goedkoper en gemakkelijker aan te passen woning. In de Wvg-jurisprudentie is het hanteren van het primaat van de verhuizing op zichzelf geaccepteerd door de Centrale Raad van Beroep. Onder de Wmo zal dan ook van deze mogelijkheid gebruik worden gemaakt om woonproblemen te compenseren. In feite gaat het bij het hanteren van het primaat van de verhuizing om een uitwerking van het principe dat wordt gekozen voor de goedkoopst-adequate oplossing. Maar, er zijn grenzen aan het hanteren van het primaat van de verhuizing. Met name op het gebied van: de woonlasten, het tijdsbestek waarbinnen een oplossing kan of moet worden gevonden, de verhouding tussen de besparing van de gemeente bij toepassing van het primaat en de negatieve gevolgen voor de aanvrager. In al die gevallen zal een goed gemotiveerd besluit moeten worden genomen, waarin alle relevante factoren - in onderling verband - worden afgewogen. Daarbij gaat het dus om factoren die spelen aan de kant van de gemeente en aan de kant van de belanghebbende. Als op verantwoorde wijze inhoud gegeven is aan toepassing van het primaat van de verhuizing, is daarmee een adequate oplossing geboden en heeft de gemeente aan haar compensatieverplichting voldaan.Het is niet mogelijk een uitputtend overzicht te geven van alle mogelijke afwegingsfactoren die een rol kunnen spelen, omdat elke situatie weer anders is. Wel wordt hieronder in grote lijnen een overzicht gegeven van een aantal vaak voorkomende factoren, die afhankelijk van de situatie, een rol kunnen spelen bij de besluitvorming. De snelheid waarmee het probleem kan worden gecompenseerd. De snelheid waarmee het woonprobleem kan worden opgelost speelt een rol in het afwegingsproces. In een aantal gevallen kan verhuizen het woonprobleem sneller oplossen, tenminste als er snel een geschikte aangepaste of eenvoudig aan te passen woning beschikbaar is. Het hele traject van het maken van een plan, het vragen van offertes, de uitvoering en keuring vervalt dan of speelt een minder belangrijke rol. Omgekeerd kan het ook zo zijn dat het aanpassen van een woning een snellere oplossing biedt als er niet binnen een bepaalde tijd een geschikte woning vrij komt. Uit de Wvg-jurisprudentie blijkt dat het essentieel is dat uit het indicatieadvies blijkt binnen welke medisch aanvaardbare termijn een oplossing gevonden moet zijn voor het woonprobleem.Rekening houden met sociale factorenSociale omstandigheden waarmee het college rekening houdt zijn bijvoorbeeld: de voorkeur van de gehandicapte, de binding van de gehandicapte met de huidige woonomgeving, de nabijheid van voor de gehandicapte belangrijke voorzieningen. Ook de waardering van de aanwezigheid van vrienden, kennissen en familie in de nabijheid van de woning van de gehandicapte kan een rol spelen in het afwegingsproces, vooral in situaties waarin sprake is van mantelzorg. De sociale omstandigheden moeten in het indicatieonderzoek zoveel mogelijk geobjectiveerd worden. De sociale factor zal minder zwaar wegen in het voordeel van aanpassen, als dicht in de buurt van de huidige woning een geschikte of goedkoper aan te passen woning kan worden gevonden. Als de beoogde nieuwe woning dicht bij belangrijke voorzieningen, zoals winkels en werkplek is gelegen, kan dat de beslissing in het voordeel van verhuizen beïnvloeden, bijvoorbeeld omdat dan ook minder vervoersvoorzieningen nodig zijn. Als de aanvrager zijn werk "aan huis" heeft (eigen bedrijf), dienen de consequenties van verhuizing ook vanuit de bedrijfsmatige kant meegewogen te worden. Het is immers mogelijk dat de vestiging van het bedrijf op een andere, in commercieel opzicht minder aantrekkelijke, locatie negatieve gevolgen voor het inkomen uit eigen bedrijf kan hebben.Rekening houden met woonlasten en financiële draagkracht van de gehandicapte.Rekening houdend met eventuele mogelijkheden op dit gebied maakt het college een vergelijking tussen de woonlasten van de huidige en de mogelijke nieuwe woning. Alle relevante woonlasten moeten daarbij in aanmerking worden genomen. Als de aanvrager eigenaar van de woonruimte is, zal een verhuizing of woningaanpassing andere gevolgen met zich brengen dan wanneer deze de woning huurt. Het verhuizen vanuit een koopwoning heeft meer emotionele en financiële consequenties dan verhuizing vanuit een huurwoning. Bij het verkopen van een huis komen meer aspecten aan de orde dan bij het verlaten van een huurwoning. Een aantal aspecten zal pleiten voor het verkopen van de woning en verhuizen naar een huurwoning. Andere aspecten zullen de balans naar het aanpassen van de eigen woning doen doorslaan. Een punt betreft de vraag in hoeverre vermogenswinsten of -verliezen optreden. Een eigenaar heeft doorgaans geld geleend en/of een hypotheek op het huis. Ook indien de aanvrager - al dan niet volledig op eigen kosten - veel aan de woning heeft verbeterd of aanpassingen heeft getroffen, ligt verhuizing soms minder voor de hand. Als de financiële situatie van een eigenaar van een woning - die gehandicapt is geraakt - door zijn handicap drastisch verandert (doorgaans brengt een handicap negatieve inkomensgevolgen met zich mee), kunnen moeilijkheden optreden met het opbrengen van de woonlasten van de eigen woning, en zal de aanvrager ook problemen hebben met verhuizen. Vergelijking aanpassingskosten huidige versus nieuwe woonruimte. Het college maakt een kostenafweging tussen het aanpassen van de huidige woonruimte enerzijds en verhuizen (inclusief eventuele aanpassingskosten in de nieuwe woonruimte) anderzijds. Daarbij worden de volgende kosten in elk geval meegenomen in de overwegingen:- Huidige en voorzienbare toekomstige aanpassingskosten van de bewoonde woonruimte;- de kosten van het PGB voor verhuiskosten;- de eventuele aanpassingskosten van de nieuwe woning;- kosten van het eventueel vrijmaken van de woning;- een eventuele financiële tegemoetkoming voor huurderving.De kosten zijn het uitgangspunt bij deze afweging, maar ook andere factoren kunnen een rol spelen. De mogelijke gebruiksduur van de aanpassingOok wordt rekening gehouden met het feit dat een aan te passen koopwoning waarschijnlijk minder eenvoudig hergebruikt zal kunnen worden, omdat: en revisiebeding, zoals bij huurwoningen, niet bestaat voor eigen woningen;- de gemeente geen instrumentarium heeft om de woning vrij te krijgen;- het niet zo eenvoudig zal zijn een geschikte kandidaat voor die woning te vinden (omdat die zowel financieel als ergonomisch gezien geschikt moet zijn);De consequentie hiervan zal zijn dat eigen woningen meestal voor één enkele belanghebbende aangepast worden.Aanpassingen aan sociale huurwoningen zijn vaker opnieuw in te zetten dan aanpassingen aan koopwoningen, omdat deze huurwoningen opnieuw kunnen worden verhuurd aan personen met een beperking, waarmee de gebruiksduur van de aanpassing wordt verlengd. Dit gegeven is bij de afweging dan ook van belang.Ook de medische prognose speelt in dit verband een rol. Indien vaststaat dat iemands toestand naar verwachting zodanig zal verslechteren en als gevolg daarvan de aanpassing slechts voor beperkte tijd zal volstaan, kan dat meespelen bij de afweging tussen verhuizen of aanpassen. Veelal zal een aangeboden mogelijkheid om te verhuizen naar een andere woning door de aanvrager als negatief worden beoordeeld, omdat men graag wil blijven wonen in de vertrouwde woning. Als de bovenomschreven afweging in het voordeel van verhuizing uitvalt, is die wens niet meer doorslaggevend. Dat heeft gevolgen voor het weigeren van aangeboden geschikte woningen. Na weigering beoordeelt het college of voldoende is gedaan om een compenserende oplossing te bieden. Dit wordt afgemeten aan de redenen voor het weigeren. Na het afwegen van deze factoren kan een beslissing worden genomen over het al dan niet hanteren van het primaat van de verhuizing. Valt die afweging in het voordeel van verhuizing uit, dan gaat de verhuiskostenvergoeding een rol spelen. Een verhuiskostenvergoeding zal veelal in de vorm van een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming worden toegekend. Dit is in drie situaties mogelijk aan de orde:1. De aanvrager gaat vanwege problemen met het normale gebruik van de woning verhuizen naar een adequate woning.2. De aanvrager vraagt een woonvoorziening aan in de vorm van een woningaanpassing, maar na onderzoek blijkt verhuizing de goedkoopst adequate oplossing te zijn voor het woonprobleem, of blijkt dat de betreffende woning niet kan worden aangepast.3. Voor het vrijmaken van een aangepaste woning door een persoon die in een aangepaste woning woont.Een financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuis- en herinrichtingskosten is bedoeld als goedkoopst-adequaat alternatief voor een dure woningaanpassing wanneer de verhuizing niet algemeen gebruikelijk is, gelet op de leeftijd, de gezins- of de woonsituatie. Verhuizingen wegens gezinsuitbreiding of om als jongvolwassene zelfstandig te gaan wonen zijn in beginsel algemeen gebruikelijk, evenals voorspelbare verhuizingen van senioren. M.a.w. er worden geen vergoedingen verstrekt voor verhuizingen die gezien de levensloop als voorspelbaar worden geacht.Voor verhuizingen naar AWBZ-instellingen of andere zorginstellingen wordt geen financiële tegemoetkoming verstrekt, evenmin voor verhuizingen naar woningen die niet geschikt of bestemd zijn voor permanente bewoning (zie artikel 4.6 onder j en k van de verordening). Een verhuis- en inrichtingskostenvergoeding kan verstrekt worden wanneer er sprake is van ondervonden belemmeringen bij het normale gebruik van de woning en kunnen worden opgelost door middel van een verhuizing op de goedkoopst-adequate manier. Deze eis wordt niet gesteld als het gaat om een verhuizing naar een ADL-woning en evenmin in situaties waarin het gaat om een persoon buiten de Wmo-doelgroep een aangepaste woning te laten vrijmaken. Alleen als het vrijmaken van de woning op verzoek van het college gebeurt, is er aanspraak op een persoonsgebonden budget voor verhuis- en herinrichtingskosten.Het college verstrekt in beginsel geen persoonsgebonden budget voor verhuizing en herinrichting, indien de verhuizing heeft plaatsgevonden voordat op de aanvraag is beschikt, tenzij achteraf alsnog kan worden vastgesteld dat er problemen bij het normale gebruik van de woning werden ondervonden in de verlaten woning. Als dat laatste niet meer kan worden vastgesteld, is dat reden voor afwijzing.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2.2
Primaat verhuizing
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Weststellingwerf 2008