De uitraasruimte was voorheen, onder de Wvg, omschreven in de wet zelf, maar is onder de Wmo ondergebracht in artikel 4.1 onderdeel b van de verordening; “een voorziening van bouwkundige of woontechnische aard” .Het gaat om een ruimte die alleen ten behoeve van de persoon met een aantoonbare gedragsstoornis noodzakelijk is om hem of haar tot rust te laten komen. Dit uitgangspunt vloeit ook voort uit de algemene beperking dat individuele Wmo-voorzieningen in hoofdzaak op het individu gericht zijn (zie ook bij de toelichting op de verordening). De uitraasruimte is dus uitdrukkelijk niet bedoeld om overlast voor huisgenoten te beperken, hoewel dat een mogelijk neveneffect kan zijn van verstrekking.Met het oog op de beperking (een gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg) zal de ruimte in de regel beperkt van omvang zijn. Aanwezige voorzieningen zijn gericht op het doel van de uitraaskamer: het tot rust laten komen. Doorgaans zal de ruimte daarom prikkelarm en veilig moeten zijn en zijn uitgerust met voorzieningen die toezicht mogelijk maken. Voor zover dat geen technische apparatuur is kan dat onder de voorziening vallen.Op basis van een deskundigenadvies (een advies van een onafhankelijk psycholoog of orthopedagoog kan van belang zijn) zal op individuele basis worden vastgesteld aan welke eisen de uitraasruimte moet voldoen. Waar mogelijk zullen bestaande ruimten worden aangepast, bijvoorbeeld de slaapkamer van de persoon voor wie de uitraaskamer nodig is.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4.4
De uitraasruimte
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Weststellingwerf 2008