Degene die, anders dan bij het doen van archeologisch onderzoek
een zaak vindt, waarvan hij
weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het van belang is
als archeologisch erfgoed,
meldt dit zo spoedig mogelijk bij het college.
De gerechtigde tot het in het eerste lid bedoelde gevonden
erfgoed is gehouden om de zaak
gedurende zes maanden, te rekenen van de dag van de in het
eerste lid bedoelde melding,
ter beschikking te houden of te stellen voor archeologisch
onderzoek