In deze paragraaf wordt verstaan onder:
A.inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de
uitoefening van beroep of bedrijf, aan
personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
kamperen wordt verschaft;
B.houder: degene die een inrichting exploiteert dan wel daarin de
feitelijke leiding heeft.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.14
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010