Naar hoofdinhoud
1.. De rechthebbende op een eigen graf is verplicht voor het onderhoud van dat graf en van alle zich daarop of daarbij bevindende voorwerpen, alsmede voor het onderhoud van de beplanting om en op dat graf, zorg te dragen. 2.. Het onderhoud van de zich op of bij het graf bevindende voorwerpen omvat het schoonhouden en het zonodig vernieuwen daarvan, alsmede het lakken en bijwerken van daarop aangebrachte inscripties. 3.. Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zonodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 4.. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. 5.. Het college kan de rechthebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden. 6.. Op de gemeente rust generlei zorg voor het schoonhouden van gedenktekenen, grafranden en/of voor het onderhoud van graftuinen.

Rechtspraak bij dit artikel