Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verordening wachtlijstbeheer Wet sociale werkvoorziening

1.. Als datum van plaatsing op de wachtlijst wordt de datum van indicatiestelling zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid van de wet aangehouden. 2.. Voor plaatsing in een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de wet is de koppeling tussen de capaciteiten en de mogelijkheden van de Wsw-geïndiceerde op de wachtlijst enerzijds en het werkaanbod anderzijds uitgangspunt. Bij gelijke geschiktheid heeft degene, die het langst op de wachtlijst staat, voorrang. 3.. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel komen ingezetenen van de gemeente, die op de wachtlijst zijn geplaatst, met voorrang en in de volgorde zoals onderstaand aangegeven, in aanmerking voor een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de wet indien: de Wsw geïndiceerde een uitkering heeft op basis van de Wet werk en bijstand, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen en het wachtlijstvoortraject volgt of heeft gevolgd of; de Wsw geïndiceerde een uitkering op basis van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ontvangt of; de Wsw geïndiceerde een stage in het kader van Voortgezet speciaal onderwijs volgt of; de Wsw geïndiceerde een persoonsgebonden budget als bedoeld in de verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening is toegekend. 4.. Plaatsing met of zonder persoonsgebonden budget in een dienstbetrekking als bedoeld in de wet kan alleen plaatsvinden als daarvoor ruimte binnen de taakstelling van de gemeente aanwezig is. 5.. Het Dagelijks Bestuur van de WVS-groep kan in overleg met de gemeente in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in dit artikel, indien toepassing ervan naar haar oordeel tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel