Naar hoofdinhoud

Afdeling III.

Artikel 20.

Verbodsbepalingen

Onderdeel van Parkeerverordening Etten-Leur 2011

1.. Het is verboden een fiets, bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik van de parkeerapparatuur wordt belemmerd of verhinderd. 2.. Het is verboden parkeerapparatuur in werking te stellen of handelingen te verrichten met het oogmerk de parkeerapparatuur in werking te stellen of te houden op een andere wijze, met andere middelen of met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven. 3.. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenparkeerplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan en gedurende de betaald parkeertijden op betaald parkeerplaatsen, aldaar een voertuig te parkeren of te laten staan: zonder vergunning; zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de vergunning; voorzien van een fotokopie van de vergunning; in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 4.. Met inachtname van hoofdstuk 5, afdeling 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is het verboden om voertuigen, niet zijnde motorvoertuigen, langer dan op drie achtereenvolgende dagen te parkeren binnen de vastgestelde bebouwde komgrenzen inclusief vergunninghoudersgebieden. 5.. Het parkeren van keet-, magazijn-, aanhangwagens of andere dergelijke voertuigen voor de uitvoering van noodzakelijke werkzaamheden zoals groenonderhoud, aanleg en onderhoud van nutsvoorzieningen en schilderwerk is binnen vergunninghoudersgebieden met een ontheffing van burgemeester en wethouders op grond van hoofdstuk 5, afdeling 1 van de APV toegestaan gedurende de daarvoor noodzakelijke termijn.

Rechtspraak bij dit artikel