Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4.

Rechten en plichten van de cliënt

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2010

1.. Een persoon uit de doelgroep is verplicht naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en deze te accepteren. 2.. Een persoon uit de doelgroep kan aanspraak maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling voor het realiseren van de, naar oordeel van het college, kortste weg naar duurzame arbeid. Het college bepaalt daarbij hoe deze aanspraak wordt ingevuld. 3.. Geen recht op ondersteuning bestaat indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de re-integratie van de aanvrager. 4.. Een persoon uit de doelgroep die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht gebruik te maken van deze voorziening. 5.. Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening niet voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en het gestelde in deze verordening, dan kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de afstemmingsverordening. 6.. Onverminderd andere verplichtingen, voortvloeiend uit wet- of regelgeving, geldt voor een persoon die deelneemt aan of deelgenomen heeft aan een voorziening de verplichting: alle inlichtingen te verstrekken aan het college over de passendheid en de voortgang van de voorziening en wijzigingen in zijn persoonlijke situatie die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de aanspraak op ondersteuning en de noodzaak van voortzetting van een voorziening, daaronder in ieder geval begrepen wijzigingen in woonplaats, wijzigingen met betrekking tot gezondheidssituatie of arbeidshandicaps en wijzigingen met betrekking tot nevenwerkzaamheden of neveninkomsten; zijn medewerking te verlenen aan onderzoeken naar de mogelijkheden van de belanghebbende en de inhoud, passendheid, voortgang en uitvoering van de voorziening; naar vermogen uitvoering te geven dan wel mee te werken aan de onderdelen van de voorziening; na te laten alles dat de realisatie van het doel van de voorziening belemmert.

Rechtspraak bij dit artikel