Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 11:

Uitzonderingen

Onderdeel van Referendumverordening 2006

Een referendum als bedoeld in artikel 9 kan niet worden gehouden over: een besluit op bezwaar of in administratief beroep; een besluit waarbij de belangen van kwetsbare groepen in de samenleving in het geding zijn een besluit over arbeidsrechtelijke posities, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, schenkingen en kwijtscheldingen, beslissingen over rechtspositionele regelingen, alsmede beslissingen met betrekking tot geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers en hun nabestaanden; een besluit tot het vaststellen van de begroting en de rekening, alsmede met betrekking tot de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; een besluit in het kader van deze verordening; een besluit ter uitvoering van een beslissing afkomstig van een hoger bestuursorgaan of de wetgever, waarbij de raad bij het nemen van dit besluit geen ruimte heeft voor het maken van keuzen van beleidsinhoudelijke aard; een besluit waarvan de raad van mening is dat er andere dringende redenen, waaronder in ieder geval (spoedeisende) belangen van de gemeente welke mede kunnen worden veroorzaakt door verplichtingen jegens derden, aanwezig zijn om geen referendum te houden kwesties waarover naar het oordeel van de raad eerder een referendum is gehouden of kon worden gehouden. vaststellen van bestemmingsplannen. Toelichting Dit artikel betreft de uitzonderingen met betrekking tot het houden van een referendum. In lid g is een soort hardheidsclausule geformuleerd. Bij de in g genoemde term (spoedeisende) belangen kan het zowel om financiële, juridische als politieke belangen gaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel