In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt op verzoek van de
belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
jaarlijkse belasting gedurende 15 jaren. Het verzoek genoemd in de
eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de
aanslag schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b,
van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden
ingediend.
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
verschuldigde, berekend op basis van een periode van 15 jaren en een
rentevoet van 6 %.
Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het
bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak
wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende
belastingschuld, de maatstaf van heffing bedoeld in artikel 3 voor
de betreffende onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog niet
verstreken belastingjaren.
Artikel 5
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting 'Zeedijk'