De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de
inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het
college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent
aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de
wet.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de
inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent
aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van
de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze
verordening,
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de
inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7,
eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de
door het college op grond van artikel 31 , tweede lid, onderdeel
a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft
behaald.
Het college stelt bij uitvoeringsbesluit nadere regels ten
aanzien van de hoogte van de bestuurlijke boete.
Hoofdstuk 4
Artikel 9
De hoogte van bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening Wet inburgering