Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Benoeming leden

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie

De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie. De raad stelt de rekenkamercommissie in de gelegenheid om over de benoeming te adviseren. De leden zijnde tevens raadslid worden voor een raadsperiode benoemd. De voorzitter, niet zijnde raadslid, wordt voor een periode van zes jaar benoemd. De raad kan bij benoeming van dit lid besluiten tot een benoeming korter dan zes jaar. Leden van de rekenkamercommissie kunnen voor maximaal één periode worden herbenoemd. De raad benoemt, op voordracht van de rekenkamercommissie, de voorzitter van de rekenkamercommissie. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren.

Rechtspraak bij dit artikel